Onlangs kwam een bericht langs dat de Washington Post zijn “hoax-debunking column” had beëindigd, omdat hun lezers veel liever wel in allerlei onzinberichten wilden blijven geloven. Hoewel aan die “geloofzuchtigheid” ook een financiële kant bleek te zitten, geeft dat toch wel te denken. Gelukkig lijkt het in Nederland zo ver nog niet te zijn. In de media hier speelt factchecking nog in toenemende mate een rol.
In journalistiekopleidingen wordt daar dan ook meer en meer aandacht aan besteed. Peter Burger is specialist op dit terrein bij de opleiding Journalistiek en Nieuwe Media van de Universiteit Leiden. Hij zal op 3 maart ook ons over dit onderwerp bijpraten.
Ook in het programma van Jeroen Pauw werd onlangs nog aandacht besteed aan factchecking. Peter Burger mocht daar 18 november aanschuiven om onjuiste berichten naar aanleiding van de aanslagen in Parijs te ontzenuwen.

Peter is ook auteur van een aantal boeken over broodjeaapverhalen: De Wraak van de Kangoeroe (1992), De Gebraden Baby (1995) en De Jacht op de Veluwepoema (2006).
Op zijn weblog “De gestolen grootmoeder” (vernoemd naar één van die verhalen) besteedt hij daar nu nog altijd aandacht aan.
Op 3 maart zal hij een lezing over factchecking geven. Daarnaast verzorgt hij ‘s middags een workshop waarin de deelnemers zelf zoektechnieken leren gebruiken om feiten te checken en broodjeaapverhalen te ontzenuwen. Ook voor informatieprofessionals is er ongetwijfeld nog veel te leren van de daarbij gebruikte aanpak en technieken.
PS: Toevallig kwam in dezelfde uitzending van Jeroen Pauw, waarin Peter Burger optrad, ook onze keynote spreker Pieter Cobelens uitgebreid aan het woord.



In IP is een nieuwe rubriek gestart, “Dat zoeken we op”. In
Voor het benoemen van allerlei soorten eigenschappen, verwerkt in de HTML-code van webpagina’s, wordt gebruik gemaakt van de standaard
Wie hebben eigenlijk belang bij dit soort codering? Wij zoekers in elk geval. Voor ons is het handig dat we sneller en beter zien wat we eigenlijk gevonden hebben. Maar waarom nemen eigenaars van websites de moeite – zoals bij IENS – om die markup aan webpagina’s toe te voegen? Voornaamste reden daarvoor is dat die vorm van markup intussen een belangrijk onderdeel is van Search Engine Optimalisatie. Als wij sneller herkennen of het gevondene aan onze behoefte voldoet, klikken we sneller en gerichter op zo’n link, en dat is natuurlijk in het belang van website-eigenaars. Zelfs wordt gefluisterd dat sites die Schema.org toepassen door zoekmachines sowieso al hoger gerankt worden. Intussen doen al cijfers de ronde dat dit soort codering aanwezig is in 20% van de resultaten die uit een gemiddelde Google zoekactie komen. Maar voor het Nederlandse deel van internet bestaat de indruk dat die codering nog veel minder algemeen is – IENS is dus een beetje een voorloper.
Het is wellicht wat onverwacht dat het niet alleen sectoren als e-commerce, horeca en receptenwereld zijn waar Schema.org opgang doet, maar dat zelfs de beeldende kunst geïnteresseerd is, zoals uit een recente 
Maar voor elk te herkennen onderwerp/object moet dat afzonderlijk gedaan worden. De heilige graal van beeldherkenning is daarom natuurlijk dat een computer ook zelfstandig nieuwe onderwerpen kan herkennen, waarop hij nog niet getraind is. Dat is waar Thomas Mensink zich nu mee bezig houdt en waar hij ons over gaat vertellen.

Het was onverwacht hoe snel de aanmeldingen voor de VOGIN-IP-lezing binnenkwamen en en hoe veel dat er werden. In bijgaand grafiekje kunt u het verloop van de inschrijvingen van vorig jaar en dit jaar vergelijken. Dat illustreert aardig hoe verrast wij waren. Het kwam dus wel heel slecht uit dat we hadden moeten uitwijken naar een zaal met een maximum capaciteit die maar heel weinig groter was dan het aantal bezoekers van de lezingen vorig jaar. 
