Speaker Spotlight

Hoe zoekt Bellingcat?
triebertVoor het burger-onderzoekscollectief Bellingcat vormt “informatie” de belangrijkste grondstof voor hun speurwerk. Toch bestaat het collectief niet primair uit informatiespecialisten, maar de leden zijn dat langzamerhand natuurlijk wel geworden. Dat was een goede reden om een Nederlandse deelnemer aan het collectief, Christiaan Triebert (@trbrtc), als spreker op de VOGIN-IP-lezing uit te nodigen. Dat Christiaan zich niet tot alleen desk-research beperkt, blijkt wel uit bijgaande foto.
In december heeft hij in het Koerdische deel van Irak lokale journalisten geschoold in het soort onderzoek met behulp van “open bronnen”, dat het handelsmerk van Bellingcat geworden is. Veilig in Amsterdam, zal hij 9 maart de bezoekers van de VOGIN-IP-lezing ook over die methoden vertellen. Vooraf stelde IP al wat vragen aan Christiaan. Lees hier vast de antwoorden die hij gaf. In het komende februarinummer van IP verschijnen die antwoorden ook in print.

In de IP Nieuwsbrief

nieuwsbriefAl is de inschrijfperiode voor vroege-vogels intussen voorbij, je kunt je natuurlijk nog altijd aanmelden voor de VOGIN-IP-lezing. De pas uitgekomen IP-nieuwsbrief is dan ook geheel aan ons congres gewijd, met zeer compacte informatie over alle lezingen en workshops.
Vooral op die workshops wil ik nog even jullie aandacht vestigen. De workshop van Henk van Ess is weliswaar al volgeboekt, maar bij de meeste andere workshops is nog wel wat ruimte (als je er tenminste snel genoeg bij bent).
Zoals de workshop van Boyd Hendriks die wil dat je voor je organisatie gaat vloggen, of die van Joyce van Aalten die nog eens het belang benadrukt van metadata en taxonomieën voor de vindbaarheid van je eigen documenten, of die van Wichor Bramer die je systematischer naar wetenschappelijke informatie laat zoeken, of die van Bianca Kramer en Ellen Fest die je laten onderzoeken wat de werkelijke impact van een publicatie geweest is, of …….

Vroege vogel voordeel voor VOGIN-IP loopt af

voginip-animNog uiterlijk tot en met dinsdag 31 januari kun je profiteren van het voordelige vroege-vogel tarief voor deelname aan de vijfde VOGIN-IP-lezing. Daarna moet je onherroepelijk de volle mep betalen.
Maar er is ook een minder prozaïsche reden om niet te wachten met inschrijven. Sommige workshops – met name die van Henk van Ess – zijn zo populair dat ze al bijna volgeboekt zijn. Maar gelukkig is voor de gewone lezingen nog vrijwel onbeperkt plaats. En die zijn ook niet minder interessant, eigenlijk …..

Business information according to Karen

karen-bw
Waar moet je zijn voor zakelijke informatie? Kun je die ook al allemaal gratis op het web vinden, of moet je daarvoor beslist bij dure betaalde bronnen wezen?
Ook dat is weer zo’n vraag waar geen eenvoudig JA/NEE antwoord voor bestaat. Want dat hangt er natuurlijk helemaal vanaf wat voor soort informatie je voor welk doel zoekt. Gelukkig is er iemand die zich al jarenlang hierin heeft gespecialiseerd: Karen Blakeman. En zij is bereid de deelnemers aan de VOGIN-IP-lezing daar “alles” over te vertellen. Zowel in een algemene lezing, als in een workshop waar de deelnemers haar tips & tricks meteen in de praktijk kunnen brengen.
Hieronder vast een recente presentatie van Karen over dit onderwerp. Voor belangstellenden bedoeld als opwarmertje om 9 maart te komen luisteren of te komen meedoen. En zeker niet bedoeld als substituut daarvoor, want er gaat nu eenmaal niets boven “the real thing” met mogelijkheid tot directe interactie met de expert zelf.

.
Dat Karen ook over algemene zoekzaken op internet genoeg te vertellen heeft blijkt uit de twee presentaties die ze afgelopen najaar weer gegeven heeft bij de “Web Search Academy”op Internet Librarian International in Londen. Ter informatie hieronder linkjes naar die presentaties. Wellicht kun je haar dan op 9 maart ook daarover nog aan de tand voelen.

slideskaren1     slideskaren2

Enterprise search

sharepoint“Zoeken” gaat natuurlijk niet alleen over Google, het web en andere externe bronnen. Er valt ook een heleboel te vertellen over het vindbaar maken van de eigen digitale informatie die organisaties bewaren – of dat nu op eigen servers of in de cloud is. Daar besteden we in ons programma dus ook aandacht aan. In het ochtendprogramma zijn dat de lezingen van Jan Scholtes en Agnes Molnar. Bij de workshops zijn dat de trainingen door Joyce van Aalten (met nadruk op gebruik van metadata en taxonomieën) en (nogmaals) Agnes Molnar.
Behalve algemeen expert voor enterprise search is Agnes Molnar ook officieel SharePoint-specialist. Voorafgaand aan de VOGIN-IP-lezing, verzorgt ze op 7 en 8 maart in Amsterdam zelf ook nog een 2-daagse workshop “SharePoint 2016 and Office 365 Search in Practice“. Ze mailde ons daarover dat deelnemers aan onze VOGIN-IP-lezing bij haar workshop korting kunnen krijgen:

Also, I’d like to let you know that I am doing a two-day, SharePoint-specific workshop right before the conference. It’s much more technical than my workshop with you, the audience is quite different, too. However, I am happy to give 25% OFF to your conference attendees, they just have to use the code VOGIN-IP when register.

Wie meer diepgaand over SharePoint wil leren kan (vooraf) dus nog twee dagen aan ons programma vastplakken. Wie dat rustig op een later tijdstip wil doen, kan natuurlijk ook bij GO-opleidingen terecht voor allerlei cursussen en workshops waarin SharePoint aan de orde komt.

Linkrot, linkroest en webarchieven

Unionhall Harbour (Co, Ireland)

9 maart klokslag half tien zal de VOGIN-IP-lezing zinderend van start gaan met de keynote van Herbert van de Sompel: “En toen was er niets meer”.
Herbert is een Gentenaar die nu al vele jaren in New Mexico werkt, bij het Los Alamos National Laboratory, een van de grootste onderzoekscentra in de VS. Hij heeft aan de wieg gestaan van een hele reeks van innovaties op ons terrein, zoals OpenURL link resolving (in SFX), de OAI-PMH en ORE-PMH protocollen, om metadata uit repositories te ‘harvesten’, en het Memento-protocol, om van intussen verdwenen of gewijzigde webpagina’s zo ongemerkt en automatisch mogelijk gearchiveerde oude versies te lokaliseren en op te vragen.
Dat laatste protocol poogt een probleem op te lossen dat Herbert de laatste jaren na aan het hart ligt: het feit dat zoveel links op internet, zelfs in en naar wetenschappelijke publicaties, vaak na korte tijd al niet meer correct werken. Óf de link werkt helemaal niet meer (link-rot), óf je komt op heel andere inhoud terecht, die intussen op dat oorspronkelijke webadres verschenen is (content-drift). Naar die twee vormen van reference-rot heeft hij, samen met collega’s, uitgebreid kwantitatief onderzoek gedaan. In [dit artikel] dat in december in PLOS|one is verschenen, rapporteren zij de uitkomsten van hun onderzoek. Hun conclusie is dat ruim 80% (!) van de 1.059.742 referenties die ze in hun onderzoek betrokken hadden, te lijden had van enige vorm van reference rot.
INTERVIEW MET HERBERT VAN DE SOMPELDe voorgestelde Memento-oplossing werkt helaas alleen als webpagina’s ergens gearchiveerd zijn – en ook afzonderlijk de achtereenvolgende versies daarvan, als het pagina’s zijn die aan verandering onderhevig zijn. Dat “archiveren” kwam dan ook met uitroeptekens terug in het interview dat IP-redacteur Frank Huysmans begin 2016 met Herbert van de Sompel had. Dat interview uit IP 2016|03 is hier [PDF] nog een keer na te lezen.

Meer informatie over Herbert’s keynote lezing is [HIER] te vinden.

Op zoek naar evidence

evidenceOp het KNVI-congres in november verzorgde Wichor Bramer, biomedisch informatiespecialist bij het Erasmus MC, een workshop over systematisch zoeken. De zoekmethoden die op het terrein van de geneeskunde al lang gebruikelijk zijn, kon hij daar bij een breder publiek onder de aandacht brengen. Ook op andere vakgebieden begint “evidence based” zoeken namelijk steeds belangrijker te worden. Al mondt het daar nog zelden uit in “systematic reviews”, in het bovenste laagje van de “evidence pyramide” waarin de opvolgende niveaus van steeds verder gevalideerde en gefilterde informatie vaak worden weergegeven.
In november waren maar blokjes van 40 minuten voor Wichor’s workshop beschikbaar, eigenlijk veel te kort om je echt in die methodiek te verdiepen. Gelukkig is daar op 9 maart wel tijd voor. Wie dan aan zijn workshop deelneemt krijgt in alle rust 2 uur de tijd om deze technieken zelf toe te passen. Als introductie herhalen we hier het interview dat Eric Sieverts in november voor IP met Wichor hield.


De door Wichor toegepaste methodiek is helemaal op Booleaans zoeken gebaseerd. Nu iedereen voorkeur lijkt te hebben voor meer Googliaanse zoekmethoden, wilden we graag zijn argumenten horen om aan die klassieke methode vast te houden.

‘In de medische wereld ligt de nadruk heel sterk op evidence based medicine. Dat betekent dat je bij het zoeken naar informatie eigenlijk geen enkele evidence, dus geen enkele publicatie mag missen. Dat betekent dat je heel gestructureerd moet nadenken wat de kenmerken zijn van de artikelen die je onderzoeksvraag zouden kunnen beantwoorden en die in een precieze zoekvraag moet vertalen. Booleaans zoeken is daarvoor nog altijd de aangewezen methode, met veel OR’s tussen synoniemen, en gebruik van NEAR om preciezer te zoeken dan met alleen maar AND-relaties. Op basis van de systematic reviews waarvoor wij de literatuur bij elkaar zoeken, worden medische beslissingen genomen, waar mensenlevens mee gemoeid zijn. Daarbij mag je niet afgaan op de toevallige relevance ranking van een bepaalde zoekmachine. Dat je voor je uiteindelijke selectie dan meer publicaties moet doornemen, is natuurlijk onvermijdelijk. Ook voor andere vakgebieden is deze manier van zoeken in wezen net zo belangrijk; ook daar begint men meer “evidence based” te werken en wordt het belangrijker weinig te missen.’

Die eigen methodiek rond het Booleaans zoeken, wat houdt die in?

‘Je begint uiteraard met vraaganalyse; wat de meest belangrijke elementen zijn om verder uit te werken. Voordeel bij medische vragen is dat je daarbij kunt uitgaan van thesaurustermen en de synoniemen die de thesaurus biedt. Bij het intikken van je zoekvraag begin je al met haakjes te zetten, voordat je zoektermen daartussen gaat zetten, zodat er met de syntax niets mis kan gaan. Goed kijken wat je met het een wel en met het ander niet vindt, levert weer nieuwe woorden om de zoekvraag uit te breiden. Zo’n zoekvraag kan uiteindelijk uit een combinatie van wel meer dan 200 termen komen te bestaan.’

Voor die systematic reviews zoeken jullie in wel zeven verschillende databases. Zit op jullie terrein niet alles al in Medline/Pubmed of in Embase?

‘Dat we in meer bestanden zoeken heeft niet zo zeer te maken met de dekking van de bestanden die jij noemt, maar met de verschillen in toegekende indextermen, of eventuele full-text doorzoekbaarheid. Zo vind je toch altijd nog wat extra’s. Daarbij maken we wel gebruik van macro’s om een zoekvraag automatisch te vertalen naar de syntax van andere gebruikte zoeksystemen.’

Is die methode ook geschikt voor onderzoekers zelf?

‘Promovendi krijgen een cursus om zo te leren zoeken voor hun eigen onderwerpen. Daarbij stellen we ook onze macro’s beschikbaar. Maar die cursus is niet bedoeld als vervanging van de informatiespecialist. Zelf doen wij 80% van de zoekacties voor systematic reviews – zo’n 200 vragen per jaar. Gewone klinische zoekvragen doen de gebruikers wel grotendeels zelf. Daar ontbreekt ons de tijd voor.’
systematicreviews
Voor dat grote aantal systematic reviews, hebben jullie daarvoor wel voldoende mankracht?

‘Dat lukt wel, doordat ik zo’n vraag, dankzij die standaard methodiek, in gemiddeld 70 minuten afhandel, in plaats van er bijna een week over te doen, zoals hier en daar gebruikelijk is. Vanwege die snelheid is onze methode ook wel een beetje controversieel in de medische informatiewereld. Maar het zijn vooral die methodiek en het gebruik van handige, betrekkelijk simpele macro’s wat ontzettend veel tijd scheelt, maar toch aantoonbaar goede resultaten oplevert. De ervaringen hiermee proberen we ook zo veel mogelijk met anderen te delen, waardoor de reviews van anderen uiteindelijk ook beter worden. En voor zoekacties in andere vakgebieden geldt dat ook. De titel van mijn cursus geeft eigenlijk al aan waar het om gaat: “Improving efficiency and confidence in systematic searching”.’


Dit interview verscheen eerder in IP 2016|08.
Meer informatie over Wichor en zijn workshop is [HIER] te vinden.

Swipe je in

keyboardDoor de kerstvakantie is het sommigen misschien ontgaan, maar de registratie van aanmeldingen voor de VOGIN-IP-lezing is per 1 januari officieel geopend.
Schrijf je dus in – en daarvoor mag je ook op een handiger toetsenbord swipen. Wacht niet te lang met aanmelden, want bij de workshops is maar plaats voor beperkte aantallen belangstellenden. Wie het eerst komt (lees: registreert) het eerst maalt (lees: mee mag doen).
Maar gelukkig zijn er voor te-laatkomers, parallel aan de workshops, ook nog uiterst interessante lezingen – zonder beperking op het aantal toehoorders. Zo maken we je keuze lekker moeilijk.

Een goed 2017

2017-url-groot
De organisatoren van de VOGIN-IP-lezing wensen alle eerdere en toekomstige deelnemers aan het congres heel veel goeds voor 2017. Daarbij spreken we de hoop uit dat je in het nieuwe jaar ook altijd alles zult kunnen vinden.
In elk geval kun je 2017 goed beginnen door je nu al aan te melden voor de VOGIN-IP-lezing. Tot 31 januari profiteer je dan nog van een aantrekkelijk early bird tarief.

Aanmelden

aanmeldenHet is zover. Het programma voor 9 maart is compleet. De officiële inschrijving is vandaag geopend.
Het is een mooi programma geworden (al zeggen we het zelf), met interessante en bijzondere sprekers en leuke en boeiende workshops. Kijk maar bij de beschrijvingen van de lezingen en de workshops. En pak het hele programma erbij om je keuzes te maken.
Op onze aanmeldpagina vind je alle verdere aanwijzingen hoe je kunt inschrijven.

NB: als je gebruik gemaakt hebt van de zeer-vroege-vogel-vooraanmelding, kijk dan even goed naar de speciale aanwijzingen die we je gemaild hebben; die verwijzen naar een speciaal inschrijfformulier waarin je niet al je persoonlijke gegevens hoeft te herhalen.