Uit het nieuwe nummer van IP (2018/2) een Q&A met keynote spreker Ruben Verborgh

.
Je waarschuwt dat blockchain ineens een hype is die overal bij betrokken wordt, of het nu zinnig is of niet. Maar je geeft ook aan dat in het domein van de informatieprofessional toepassingen mogelijk zijn. Wat zijn in het algemeen voorwaarden waaronder een blockchain-oplossing zinnig is?
Het hoofddoel van blockchain is om bindende akkoorden vast te leggen tussen meerdere partijen, zonder dat daarvoor vertrouwen nodig is in elkaar of in een centrale speler. We noemen dit gedistribueerde consensus. Het omgekeerde geldt echter ook: als partijen elkaar wel vertrouwen, of als ze al een centrale plek erkennen, dan hebben we wellicht geen blockchain nodig – zeker niet als er geen consensus nodig is. Bijvoorbeeld, als jij me een officieel bericht wilt sturen, kan je dit gewoon digitaal handtekenen, zonder blockchain.
Belangrijke randvoorwaarden voor zinnig gebruik zijn dus: meerdere partijen, afwezigheid van vertrouwen of autoriteit, en de noodzaak om tot een gezamenlijke waarheid te komen.
In je keynote ga je het hebben over toepassing van blockchain voor Linked Data. Wat maakt dat het daar dan wel zinnig kan zijn?
Linked Data is inherent ook gedistribueerd: elk stukje data kan op een andere plek staan. Blockchain kan dan nuttig zijn om vertrouwen te creëren in zo’n gedecentraliseerd netwerk van data. Omgekeerd kan Linked Data ook helpen met de beschrijving van data en afspraken binnen een blockchain, of met de interoperabiliteit tussen verschillende soorten blockchains. Dat klinkt nog wat ingewikkeld, maar in mijn lezing zal ik dat verder uitleggen.
Je hebt intussen ook een relatie gelegd met recente ideeën van jezelf en van Herbert van de Sompel voor volledig gedecentraliseerde systemen. Bijvoorbeeld een systeem van persoonlijke “datapods” waar ieder zijn eigen gegevens, publicaties, meningen etc. in kan stoppen *. Kun je hier al uitleggen wat dat met elkaar te maken heeft?
Het Web is op enkele jaren tijd sterk gecentraliseerd geraakt: steeds meer data komt in steeds minder verschillende platformen terecht, zoals bijvoorbeeld in Facebook. Langs de ene kant maakt zoiets een hele waaier aan intelligente services over die data mogelijk. Langs de andere kant zijn we zelf geen eigenaar van die intelligentie, en geven we bovendien ook de controle over onze data op. We kunnen ons dus de vraag stellen of dit een rechtvaardige prijs is.
Het idee achter persoonlijke datapods is dat we elk stukje data dat we genereren, in onze eigen opslagplek stoppen. Die bevat niet alleen data en metadata over onszelf en onze activiteiten, maar ook alle interacties met andere informatie. Als ik bijvoorbeeld een commentaar schrijf bij tekst in iemand anders datapod, dan wordt die commentaar bij mij opgeslagen en krijgt die ander bericht daarvan. De grote uitdaging is om toch een soortgelijke gebruikerservaring te bieden als in een gecentraliseerd systeem, ook al zitten deze stukjes data niet meer in één zo’n centraal platform. Voor de uitwisseling en verwerking van gegevens kunnen blockchains dan vertrouwensverbanden opzetten tussen verschillende persoonlijke datapods, onder meer als garantie voor de betrouwbaarheid en authenticiteit van de links tussen die componenten.
* zie: https://ruben.verborgh.org/blog/2017/12/20/paradigm-shifts-for-the-decentralized-web/
en https://www.slideshare.net/hvdsomp/paul-evan-peters-lecture/
Met het nu geregistreerde aantal deelnemers is de grote zaal van de OBA eigenlijk al vol. Dat betekent:
Vorig jaar heeft VOGIN-IP een substantiële bijdrage gegeven voor de 
Op het plaatje hierboven zie je zes tripels. Maar slechts eentje daarvan komt op de VOGIN-IP-lezing aan de orde. Je mag zelf raden welke.
Op dit moment zitten er meer dan 50 miljoen items in en nog wel wat meer tripels waarmee eigenschappen aan die items gekoppeld worden (zoals dat Karmeliet een Tripel is). Niet alleen ten behoeve van Wikipedia-lemma’s, maar ook voor ieder ander systeem kan daar via internet kennis aan ontleend worden. Hopelijk zal Maarten ook nog op de SPARQL-queries ingaan, waarmee je gericht gegevens kunt opvragen uit open systemen, zoals Wikidata, die data als tripels beschikbaar stellen. [Zie ook dit nieuwe artikel hierover: 
Hoewel we allemaal natuurlijk van harte hopen dat Open Access doorzet, zal voorlopig nog genoeg materiaal achter betaalmuren verdwijnen. En wat in het verleden al achter die muren geraakt is, komt daar vrijwel zeker niet zo snel meer achter vandaan. Vandaar dat allerlei methoden, tools en handigheidjes worden ontwikkeld om van artikelen die je nodig hebt, toch aan een gratis versie te komen. In eerste instantie liefst nog wel langs legale wegen. En intussen zijn er al zo veel van die wegen en methoden, dat UKB, het samenwerkingsverband van de Nederlandse Universiteits-bibliotheken en de KB, daar vorige week een nieuw overzicht van gepubliceerd heeft. Het is een lange PDF onder de naam 

VOGIN is niet alleen een van de organisatoren van de VOGIN-IP-lezing, maar verzorgt ook al sinds 1978 (!!) tweemaal per jaar een meerdaagse cursus “Online opsporen van informatie”. De inhoud van die cursus gaat tegenwoordig al heel wat verder dan alleen maar “zoeken en vinden” (het “opsporen” uit de titel). Het globale programma-overzicht van de komende voorjaarscursus geeft daar al een aardige indruk van:
De 
Het optreden van Christiaan Triebert bij 


Een bericht van Arno Reuser: