VOGIN-IP cartoons


Rondlopende filmers en fotografen zijn we wel gewend bij de VOGIN-IP-lezing, maar een live tekenaar hadden we nog niet eerder. Jurgen Egges, voorgaande jaren al frequent deelnemer aan ons congres, is bereid gevonden om dit jaar zijn tekenkwaliteiten voor ons in te zetten. Hij zal – afhankelijk van onze sprekers, van ons eigen gedrag en van zijn inspiratie – een beeldverslag van de dag verzorgen. En wie weet zie je jezelf daarin wel als karikatuur terug. We kijken nu al uit naar de resultaten van zijn activiteiten.
Wie vooraf al iets van Jurgen’s kwaliteiten wil zien: op zijn Instagram account zijn een heleboel tekeningen te vinden.

VOGIN-IP en Coronavirus

Op dit moment zien we als organiserend comité geen aanleiding de bijeenkomst op 19 maart af te gelasten. Voor een latere definitieve beslissing of we het evenement al dan niet laten doorgaan, zullen we afgaan op de richtlijnen van het RIVM en de plaatselijke GGD dienaangaande. Op zondagavond 15 maart zullen we alle deelnemers een mailbericht sturen met de actuele stand van zaken. Dan moet dus een besluit genomen zijn op grond van de situatie en de te verwachten ontwikkelingen op dat moment.
Bij doorgaan van het congres zal aan alle deelnemers gemeld worden dat zij geacht worden niet te komen als ze de afgelopen maand in één van de bekende risicogebieden zijn geweest of als ze bij zichzelf symptomen waarnemen die op een Corona-infectie zouden kunnen duiden. Verder wordt alle deelnemers dringend voorgeschreven op de dag zelf af te zien van handen schudden en zoenen met andere deelnemers.
Daarnaast heeft de OBA toegezegd te zullen zorgen voor handpompjes met desinfectans.
We blijven er het beste van hopen, omdat we ook onder deze omstandigheden graag al onze bezoekers een mooie dag willen bieden.

De zaal is vol


Met de nu geregistreerde deelnemers is de grote zaal van de OBA eigenlijk al helemaal vol. Dat betekent:

  1. dat we niet de inschrijving helemaal sluiten, maar dat degenen die zich nu nog aanmelden, voorlopig op een wachtlijst komen te staan. Een week voor het congres krijgen diegenen dan te horen of er nog plaatsen zijn vrijgekomen.
  2. dat we degenen die zich al eerder hebben aangemeld, maar onverhoopt verhinderd zijn, dringend verzoeken zich tijdig af te melden. Het is niet alleen financieel gunstig om dat uiterlijk 9 maart te doen, maar het is ook aardig tegenover vakgenoten die op de wachtlijst terecht zijn gekomen.
[7 maart] Door een paar afmeldingen is de wachtlijst voorlopig weer even opgelost.

Informatie-oorlog


In de informatie die we over de lezing van Jelle van Haaster op onze site hebben staan, zat al een link naar een interview met hem dat in NRC heeft gestaan. Wat we gemist hadden, was dat hij afgelopen najaar nog in een ander artikel in NRC optrad. In de hier gelinkte webversie van 30 oktober overigens met een andere kop dan in de print/PDF-versie van 31 oktober die je hierboven ziet.
In dat stuk gaat Jelle van Haaster, zelf ook hobbygamer, nader in op de rol die games spelen in het bereiken, beïnvloeden en uiteindelijk werven van jeugdige strijders. Achter die games gaat volgens hem „een hele belevingswereld schuil, vol fora waar teksten en filmpjes worden gepost.”  Verder uit het artikel citerend:

Met zijn “moderne beeldtaal” drong IS heimelijk binnen in de psyche van beïnvloedbare jongeren, die ook via een app zagen hoe IS “voor de poorten van Bagdad” stond. Uiteindelijk zouden honderden jongeren – al dan niet beïnvloed door de oorlogsgame – in Syrië gaan vechten op een echt slagveld, tegen (bondgenoten van) Nederland. “Ik denk dat we dit fenomeen hebben onderschat.”

Meer daarover horen, rechtstreeks uit de mond van Van Haaster? Op donderdag 19 maart is hij één van de sprekers in de OBA.

#voginip goes worldwide?


Het is wel leuk dat WordPress – waarop onze website draait – precies bijhoudt hoe vaak en waarvandaan pagina’s geopend worden. Hierboven wat vorige week – inclusief weekend – verzameld is. Dat ziet er wel indrukwekkend uit, met bezoekers uit veertien landen, waarvan de helft buiten Europa. Maar allemaal bij elkaar vormen de niet-Nederlanders nauwelijks 10% van het totaal. Het zijn hoogstens wat toevalstreffers uit zoekmachines en de passerende crawlers van die zoekmachines zelf – daarom waarschijnlijk dat de VS nog redelijk hoog scoren. Er is ook nog nooit iemand uit Korea, HongKong of Mexico naar ons congres gekomen. En behalve wat zuiderburen en een keer een dame uit Portugal, hebben zich ook nooit andere Europeanen ingeschreven. Maar met al die Nederlanders krijgen we de dag gelukkig ook altijd wel vol.

6 x P   of   “wat het Coronavirus met ons vak te maken heeft”

Door Jeroen Bosman en Bianca Kramer

Het genoom van het 2019-nCoV (Corona) virus

Dagelijks staan we versteld van de ingrijpende lokale en wereldwijde gevolgen van een nieuw virus. Virologische en epidemiologische vragen hebben snel een antwoord nodig, maar ook logistieke, economische en politiek-culturele kwesties rond het Coronavirus zijn dringend. Een half jaar wachten op antwoorden en inzichten kan niet. Elke dag scheelt. Bij crises rond sprinkhanenplagen of bosbranden is de behoefte aan snelle inzichten niet veel minder nijpend. Zelfs iets relatief traags als klimaatverandering en de effecten daarvan vraagt om inzichten op een termijn van maanden, niet van jaren. Ook zijn het allemaal complexe vraagstukken met veel verbanden en wereldwijde samenhangen die vragen om analyse van veel data en om samenwerking daarbij. De samenleving vraagt om meer en sneller onderzoek, waarbij de complexiteit en grootschaligheid dwingt tot samenwerking.

Corona philogenetic spread

Snel, vroeg en open
In dit soort omstandigheden kijken onderzoekers naar mogelijkheden om meer onderzoek te doen, en de uitkomsten daarvan in een eerder stadium te delen. Precies dat hebben we de afgelopen weken gezien: data van het genoom [boven] en van de verspreiding [rechts] worden online gezet.
Scripts om die data te analyseren worden gedeeld, vroege versies van papers (preprints) [onder] worden publiek gemaakt nog voor ze worden ingestuurd naar een wetenschappelijk tijdschrift. En dat alles openlijk, zodat anderen feedback kunnen geven of kunnen voortbouwen op (voorlopige) resultaten.

Coronavirus preprints in MedArXiv

Overigens gebeurt dit al een aantal jaren en niet alleen bij crises als nu rond Corona of eerder bij Ebola en Zika. Voor vrijwel al het onderzoek zijn er duidelijke voordelen van vroeg en open delen, zowel voor de onderzoeker zelf (vroege feedback, foutdetectie) als voor collega-onderzoekers (vermijden dubbel werk, gebruik van laatste data en inzichten) en de samenleving (toegang tot de meest actuele inzichten).

Zoeken, status en toepassingen
Op vele tientallen websites en platforms wordt de ‘vroege wetenschap’ gedeeld en tientallen zoekmachines helpen dat te vinden. Het gaat om, in volgorde van “verschijnen”: subsidieaanvragen voor onderzoek, projectomschrijvingen, data, code, posters, presentaties en preprints. Voor een deel zijn dat zaken waarvoor gespecialiseerde platforms zijn, voor een deel staat het in universitaire repositories of bij uitgevers. Jeroen Bosman heeft onlangs een start gemaakt om uit te zoeken welke platforms en zoekmachines dit soort materiaal vindbaar maken. Een verkleind beeld van de samenvatting daarvan zie je hieronder, met hier een link naar een grotere weergave en ook een link naar de beginpagina van de echte spreadsheet.

Vinden is echter niet de enige vraag rond dit soort vroege wetenschap. We moeten ook nadenken over de status van het materiaal. Waar is het voor bedoeld, wat voor checks heeft het ondergaan, wat voor rol speelt het in wetenschappelijke communicatie, en wat kunnen ‘derden’ ermee?

Alles met een P
In de workshop “Verkennen van de research frontier” gaan we naar al deze vormen van vroege wetenschap zoeken, kijken hoe simpel of gemakkelijk dat gaat en uitzoeken wat we met het materiaal kunnen doen. Heel toevallig gaat het (in het Engels) om allemaal documenttypen die met een P beginnen;  6 x P  dus:

  • Profielen die aangeven op welk terrein een onderzoeker actief is
  • Proposals die aangeven aan wat voor onderzoek men wil gaan werken en waarvoor men dus financiering zoekt
  • Projecten die beschrijven waaraan men nu werkt
  • Posters die vroege uitkomsten tonen
  • Presentaties die vroege uitkomsten bespreken
  • Preprints, de vroege versies van papers

We durven te garanderen dat vrijwel iedereen een of twee, misschien zelfs drie of vier interessante nieuwe zoekmachines en tools zal leren kennen, waarmee de steeds belangrijker wordende vroege wetenschap gevonden kan worden.
Lens anyone? Base? Core? OpenAire? OSF? Share?

Virus scan


Als eye-catcher stond boven onze vorige blogpost een weergave van de relaties tussen auteurs/publicaties over het nieuwe Corona-virus, zoals dat met de Scholia-applicatie uit Wikidata-gegevens gegenereerd was. Nog maar vijf dagen later zag het beeld van dit hot topic er al weer heel anders uit, zoals je hierboven ziet. Wie wil weten hoe deze crisis zich verder ontwikkelt, voorzover dat zijn weerslag vindt in de wetenschappelijke literatuur, hoeft nu alleen maar op dit plaatje te klikken. Dat activeert de link voor een verse Scholia-actie voor dit onderwerp. Daarvoor hoef je dus niet eens deel te nemen aan de workshop van Egon Willighagen. Al is het natuurlijk veel leuker om dat wel te doen, want dan zul je zien dat er met Wikidata, Wikicite en Scholia nog veel meer kan dan deze “virus-scan”. </einde STER-spot>

Wikicite en Scholia

Bij de ruim 70 miljoen items die in Wikidata zitten, is een grote verscheidenheid aan soorten entiteiten. Dat loopt van vogelsoorten tot voetbalclubs, van wetenschappers tot woestijnen, van virussen tot violisten en van schilderijen tot scheikundige verbindingen.
Waarvan er intussen ook al veel inzit, zijn wetenschappelijke publicaties. Niet die publicaties zelf, maar gegevens daarover. Een soort alternatieve catalogus dus, waarin de publicaties gelinkt zijn aan allerlei gegevens en eigenschappen. Daarbij natuurlijk auteurs en onderwerpen, maar ook citatiegegevens. Naar welke andere publicaties wordt in een artikel verwezen? Voor dat laatste is zelfs een speciaal project “WikiCite” opgezet, wat tot een soort gratis citatie-index kan leiden.

Gespecialiseerde vrijwilligers uit de Wikimedia-gemeenschap voeren niet alleen – meestal geautomatiseerd – nieuwe gegevens in, maar ze bedenken ook zelf welke gegevens en welke relaties zinvol zijn om te registreren. Daarnaast ontwikkelen ze ook leuke tools om gegevens te zoeken, te analyseren en te visualiseren. Zo is er een tool Scholia, waarmee plaatjes gegenereerd kunnen worden van relaties tussen auteurs, van relaties tussen onderwerpen, van statistiek van tijdschriften, van statistiek van onderwerpen, van geografische verspreidingen en van nog veel meer.
Maar: het gaat zeker niet alleen maar om mooie plaatjes. Scholia is vooral ook een nuttig hulpmiddel om betrouwbare informatie en publicaties via Wikidata op het spoor te komen. En, anders dan bij klassieke databases en zoeksystemen, kun je zo zelf ook ontbrekende informatie en publicaties toevoegen.

in het VOGIN-IP-programma is een workshop over WikiCite en Scholia opgenomen. Egon Willighagen, onderzoeker aan de Universiteit Maastricht en fervent Wikidata-enthousiast, zal de deelnemers wegwijs maken in de mogelijkheden en zal ze laten ontdekken hoe een en ander werkt. Om je vast enthousiast te maken, zie je in deze blogpost al wat visuele voorbeelden die met Scholia gegenereerd zijn.

VOSviewer: visualisatie van wetenschappelijke netwerken


De wetenschap is bij uitstek een terrein van verbanden en relaties. Relaties tussen auteurs, verbanden tussen onderwerpen, links tussen publicaties, connecties tussen instituten en relaties tussen al dit soort entiteiten onderling. Informatie daarover is al heel lang digitaal beschikbaar en, met de toegenomen populariteit van open access, ook in toenemende mate vrij toegankelijk.
Het in kaart brengen van die verbanden is iets wat je niet meer handmatig moet willen doen. Bij CWTS, Centre for Science and Technology Studies, een onderzoeksinstituut van de Universiteit Leiden, is daar een fraai softwarepakket voor ontwikkeld: VOSviewer.
Gezien de achtergrond van CWTS is VOSviewer primair toegesneden op de analyse van bibliometrische netwerken, maar in feite kan die software ook gebruikt worden om andere soorten netwerken te exploreren en visualiseren. En het goede nieuws is ook nog dat je VOSviewer gratis online kunt gebruiken. Geen wonder dat er over de hele wereld gebruik van gemaakt wordt. Publicaties die de makers over het pakket schreven, hebben dan ook al vele duizenden bibliografische citaties opgeleverd. Dat heeft hoofdontwikkelaar Nees Jan van Eck al een formidabele H-index van 40 bezorgd.

Voor wie wat praktijkervaring wil opdoen met VOSviewer, geeft Nees Jan van Eck op 19 maart op de VOGIN-IP-lezing een workshop over gebruik en mogelijkheden van het pakket.