Ongebruikte “intelligence”

intelligenceDe Harvard Business Review meldde deze week in grote letters “Only Half of Companies Actually Use the Competitive Intelligence They Collect“. De auteurs van het artikel hadden een enquête gehouden onder informatiemanagers en analisten die zich bij grote Amerikaanse en Europese bedrijven met CI bezig hielden. Daar kwam uit dat van 45% van hen (dus feitelijk iets minder dan de helft) de door hen aangedragen informatie door de top niet of nauwelijks gebruikt werd om tot betere beslissingen te komen. Dat  correspondeert aardig met wat vorig jaar Erik Elgersma op ons congres vertelde. Dat je je als afdeling wel eerst moet waarmaken, voordat jouw informatie als belangrijker wordt ingeschat dan de eigen “gut feelings” van topmanagers.

Als opening van de komende VOGIN-IP-lezing zal Pieter Cobelens (Gen.Maj. bd) het in de ochtend keynote ook weer over corporate intelligence hebben. En over de rol die de informatieprofessional daarin speelt. Wellicht dat hij suggesties heeft hoe je wel de belangrijke schakel kan zijn om te zorgen dat de in een organisatie beschikbare “intelligence” ook werkelijk beschikbaar is, wordt vertrouwd en uiteindelijk gebruikt wordt.

Zes vragen over Factchecking

Peter Burger, docent bij de Universiteit Leiden, is ondermeer zoekspecialist op het gebied van factchecking. Tijdens de VOGIN-IP-lezing verzorgt hij zowel een lezing als een workshop over dit onderwerp. In dit verband stelde IP hem een zestal vragen. De antwoorden komen in het eerstvolgende nummer van IP. Hier kunt u die antwoorden nu al lezen in de hieronder gereproduceerde drukproef.

Klik voor grotere afbeelding

Social search

Foto: Eric Sieverts
Een heel lezingentrack – de drie lezingen in het keuzeprogramma in de middag – is dit keer gewijd aan het boven water halen van informatie uit de sociale media.
Andy Black gaat in op de rol die sociale media spelen (of gespeeld hebben) als één van de drijvende krachten achter politieke verandering. Daarbij trekt hij deze ontwikkelingen ook door naar veranderingen (of “disruptie” zo u wilt) op andere terreinen.
Patricia van Dalen gaat erop in hoe je bepaalt wat er “waar” is van de sporen die mensen op sociale media achterlaten. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om onderzoek in het kader van opsporing en preventie. Voor een juiste interpretatie van online gevonden gegevens kunnen ook psychologische factoren een belangrijke rol spelen. Als trainer in dit soort zoekvaardigheden, heeft zij hier ruime ervaring mee opgedaan.
Arne Keuning tenslotte, rapporteert de bevindingen van zijn jaarlijkse vergelijking van monitoring tools die je kunt gebruiken voor het verkrijgen van automatische attenderingen en van analyses van de informatie die op sociale media wordt gespuid, of dat nu over bedrijven, over personen of over specifieke onderwerpen gaat. Het Nederlandse Coosto is één van de 21 tools die hij in zijn laatste vergelijking heeft bekeken.

Fact checking

Washington Post Onlangs kwam een bericht langs dat de Washington Post zijn “hoax-debunking column” had beëindigd, omdat hun lezers veel liever wel in allerlei onzinberichten wilden blijven geloven. Hoewel aan die “geloofzuchtigheid” ook een financiële kant bleek te zitten, geeft dat toch wel te denken. Gelukkig lijkt het in Nederland zo ver nog niet te zijn. In de media hier speelt factchecking nog in toenemende mate een rol.
In journalistiekopleidingen wordt daar dan ook meer en meer aandacht aan besteed. Peter Burger is specialist op dit terrein bij de opleiding Journalistiek en Nieuwe Media van de Universiteit Leiden. Hij zal op 3 maart ook ons over dit onderwerp bijpraten.
Ook in het programma van Jeroen Pauw werd onlangs nog aandacht besteed aan factchecking. Peter Burger mocht daar 18 november aanschuiven om onjuiste berichten naar aanleiding van de aanslagen in Parijs te ontzenuwen.
Peter Burger bij Jeroen Pauw (na 42.20 minuten)
Peter is ook auteur van een aantal boeken over broodjeaapverhalen: De Wraak van de Kangoeroe (1992), De Gebraden Baby (1995) en De Jacht op de Veluwepoema (2006).
veluwepoemaOp zijn weblog “De gestolen grootmoeder” (vernoemd naar één van die verhalen) besteedt hij daar nu nog altijd aandacht aan.
Op 3 maart zal hij een lezing over factchecking geven. Daarnaast verzorgt hij ‘s middags een workshop waarin de deelnemers zelf zoektechnieken leren gebruiken om feiten te checken en broodjeaapverhalen te ontzenuwen. Ook voor informatieprofessionals is er ongetwijfeld nog veel te leren van de daarbij gebruikte aanpak en technieken.

PS: Toevallig kwam in dezelfde uitzending van Jeroen Pauw, waarin Peter Burger optrad, ook onze keynote spreker Pieter Cobelens uitgebreid aan het woord.

De keynotes voor 2016

Namen van de twee keynote sprekers voor 3 maart zijn in elk geval al bekend.

Hock-kleinCobelens-klein

Dat zijn Randolph (Ran) Hock en Pieter Cobelens.
Ran Hock is een Amerikaans zoekexpert, die al jarenlang in Amerikaanse vakbladen over zoekmethoden en zoekstrategieën publiceert. Van zijn hand was ook het recent herdrukte Extreme Searcher’s Internet Handbook. Naast een keynote zal hij tevens een workshop verzorgen. In dit zinnetje op zijn website: Dr. Hock has trained over 14,000 online users in thirteen countries, dienen beide getallen na 3 maart dus geüpdate te worden.
Pieter Cobelens (GenMaj b.d.) is oud-directeur van de MIVD en specialist op het terrein van informatie zoeken ten behoeve van Corporate Intelligence. Hoewel hij uit hoofde van zijn voormalige werkkring ook nog wel eens bij Jeroen Pauw aanschuift, heeft die Corporate Intelligence waarover hij het bij ons gaat hebben, heel algemeen betrekking op allerlei soorten organisaties.

Meer gegevens over de inhoud van hun lezingen volgen later.

 

Tweets over #voginip

Een (uiteindelijk toch niet zo) kleine selectie van de honderden tweets die gisteren en vanochtend zijn langsgekomen.
Je kunt de hele timeline natuurlijk ook in Twitter zelf bekijken – of in Twubs.

Schema.org semantische markup

image by DCMIIn IP is een nieuwe rubriek gestart, “Dat zoeken we op”. In de eerste aflevering merkte Eric Sieverts op dat restaurantzoek- en beoordeelsite IENS ook al gebruik maakt van semantische (of gestructureerde) markup. Je ziet dat onder meer aan de manier waarop IENS-pagina’s in zoekresultaten van Google terecht komen, met vermelding van gestructureerde gegevens zoals plaats en buurt, beoordeling en prijsniveau, de zogenaamde “rich snippets”. iens Voor het benoemen van allerlei soorten eigenschappen, verwerkt in de HTML-code van webpagina’s, wordt gebruik gemaakt van de standaard Schema.org. De grote zoekmachines Google, Yahoo!, Bing en Yandex die bij de ontwikkeling hiervan samenwerken, kunnen die gegevens daardoor herkennen. Schema.org zou je dus een metadatamodel kunnen noemen; sommigen spreken zelfs al van een “ontologie”.schema Wie hebben eigenlijk belang bij dit soort codering? Wij zoekers in elk geval. Voor ons is het handig dat we sneller en beter zien wat we eigenlijk gevonden hebben. Maar waarom nemen eigenaars van websites de moeite – zoals bij IENS – om die markup aan webpagina’s toe te voegen? Voornaamste reden daarvoor is dat die vorm van markup intussen een belangrijk onderdeel is van Search Engine Optimalisatie. Als wij sneller herkennen of het gevondene aan onze behoefte voldoet, klikken we sneller en gerichter op zo’n link, en dat is natuurlijk in het belang van website-eigenaars. Zelfs wordt gefluisterd dat sites die Schema.org toepassen door zoekmachines sowieso al hoger gerankt worden. Intussen doen al cijfers de ronde dat dit soort codering aanwezig is in 20% van de resultaten die uit een gemiddelde Google zoekactie komen. Maar voor het Nederlandse deel van internet bestaat de indruk dat die codering nog veel minder algemeen is – IENS is dus een beetje een voorloper. itemprop Het is wellicht wat onverwacht dat het niet alleen sectoren als e-commerce, horeca en receptenwereld zijn waar Schema.org opgang doet, maar dat zelfs de beeldende kunst geïnteresseerd is, zoals uit een recente “Art & Technology blog” blijkt.

Wie meer over de schema’s van enkele van die sectoren wil weten, moet maar eens op de site van Schema.org kijken bij schema.org/Restaurant, schema.org/Recipe of schema.org/VisualArtwork.
En tijdens de VOGIN-IP-lezing moet je dan zeker naar de lezing van Peter Mika, want die is vanuit zijn functie bij Yahoo! een van de mensen die aan de verdere ontwikkeling en toepassing van Schema.org werkt. Hij zal dus zeker al onze vragen hierover kunnen beantwoorden.

Beeldherkenning

smeulders
In de Volkskrant van afgelopen zaterdag stond een uitgebreid interview met professor Arnold Smeulders over automatische (digitale) beeldherkenning, onder de aansprekende titel “Een vleugje Silicon Valley aan de universiteit”.
Automatische beeldherkenning is begonnen als een tamelijk academisch onderwerp. Maar met de opkomst van digitaal beeld – foto’s en video – en vooral de huidige explosie daarvan in de sociale media, is het van steeds groter praktisch belang geworden. Ook voor steeds meer commerciële bedrijven, van makers van chips voor mobieltjes tot Google (+) zelf. Of zoals Smeulders in het Volkskrant-interview zegt: “ Het is raar: iedereen is nu bezig met digitale plaatjes, met het onderwerp waar ik al dertig jaar mee bezig ben. Ik weet niet wat me overkomt.
De Amsterdamse universitaire onderzoeksgroep van Smeulders en (tot voor kort) Cees Snoek speelt al heel lang een vooraanstaande rol in het onderzoek op dit terrein. Zoals uit het Volkskrant-artikel blijkt, weten zij echter ook goed de verbinding met de commerciële praktijk te leggen.
Een van de VOGIN-IP-lezingen op 26 maart is ook aan dit onderwerp gewijd. Thomas Mensink, uit die zelfde onderzoeksgroep van Smeulders aan de UvA, vertelt ons dan over de nieuwste ontwikkelingen op dit gebied. Tot nu toe werden in de meeste gevallen technieken van “machine learning” toegepast. Daarbij leert de computer op basis van een heleboel voorbeelden hoe een bepaald object te herkennen is, ook als het in verschillende omgevingen of vanuit verschillende hoeken gezien wordt.euvision examples Maar voor elk te herkennen onderwerp/object moet dat afzonderlijk gedaan worden. De heilige graal van beeldherkenning is daarom natuurlijk dat een computer ook zelfstandig nieuwe onderwerpen kan herkennen, waarop hij nog niet getraind is. Dat is waar Thomas Mensink zich nu mee bezig houdt en waar hij ons over gaat vertellen.

Aanmelding open

http://en.wikipedia.org/wiki/German_keyboard_layout#mediaviewer/File:Keyboard_on_a_German_mechanical_Olympia_typewriter.jpg
Vorige week is de registratie van aanmeldingen voor de VOGIN-IP-lezing officieel geopend.
Wacht niet te lang met inschrijven, want aan de workshops kunnen maar beperkte aantallen belangstellenden deelnemen. En wie het eerst komt (lees: registreert) het eerst maalt.
En als u wel te lang wacht? Voor u nog geen nood, want parallel aan de workshops zijn er ook uiterst interessante lezingen – zonder beperking op de aantallen toehoorders. …..
Maar voor ons dan wel nood, want wij willen graag tijdig weten hoeveel deelnemers we ongeveer kunnen verwachten, zodat we ook de workshops al kunnen indelen.
Raadpleeg dus snel het programma en maak uw keuzes.