#voginip op AmsterdamFM

“Informatievoorziening Google steeds directer”AmsterdamFM

” De informatie die Google ons voorschotelt is steeds beter op onze behoeften afgestemd. Dat zeggen Eric Sieverts, freelance ‘informatiespecialist’ en docent bij opleidingsinstituut VOGIN en Arno Reuser, bibliothecaris en ‘information freak’ …. “
Onder bovenstaande kop en met deze inleiding kwamen Arno Reuser en Eric Sieverts op de lokale radiozender AmsterdamFM live aan het woord, naar aanleiding van de VOGIN-IP-lezing. Die was op dat moment nog maar nauwelijks afgelopen – terwijl Arno en Eric achter de microfoon plaats namen, waren de andere deelnemers boven nog lekker aan de borrel onder de Caraïbische klanken van Voz Cantante.

Tweets over #voginip

Een (uiteindelijk toch niet zo) kleine selectie van de honderden tweets die gisteren en vanochtend zijn langsgekomen.
Je kunt de hele timeline natuurlijk ook in Twitter zelf bekijken – of in Twubs.

Op naar de OBA

Nog een paar mededelingen vooraf, voordat u 26 maart naar de OBA afreist.

Oosterdokseiland

Foto: jppm (Flickr)

  • De OBA, de Openbare Bibliotheek Amsterdam, het tweede gebouw van rechts op bovenstaande foto, zullen de meeste van u wel kennen. Voor wie er nog nooit geweest is: het is op het Oosterdokseiland, 10 minuten lopen oost van het Centraal Station. Zie de Google Maps foto onder dit bericht. Wie nog meer aanwijzingen wil, kan op die luchtfoto klikken om in Google Maps zelf terecht te komen
  • obaDe bijeenkomst begint al betrekkelijk vroeg. Zorg dus dat u tijdig voor de eerste lezing aanwezig bent. Die begint om 9.30 uur. Hoewel de bibliotheek zelf pas om 10 uur opengaat, mag u voor ons congres al eerder naar binnen. Daar moet u op de 7de etage zijn, bij het “Theater van het Woord”. Buiten die zaal kunt u uw badge en paperassen met verdere gegevens ophalen.
  • Er is Wifi bij de OBA. U kunt dus gerust een laptop of tablet meenemen om uw aantekeningen rechtstreeks in de cloud te maken. En voor veel van de workshops wordt het ook expliciet aangeraden om eigen apparatuur mee te nemen om goed mee te kunnen doen.
  • Er is al een hashtag #voginip afgesproken. Lekker kort, zonder jaartal, omdat het vanzelfsprekend is dat het om de aflevering van dit jaar gaat. En als u zich nu vast aanmeldt bij Twubs, dan kunt u straks gemakkelijk aan alle  Twitterdiscussies deelnemen: http://twubs.com/voginip

oba-map

NB: Door omstandigheden zijn in het programma van Lezingentrack-1 twee sprekers omgewisseld; zie het programma

Met de muziek mee

voz-cantanteVaste bezoekers aan de VOGIN-IP-lezing zijn er intussen al aan gewend dat het netwerken bij de afsluitende borrel muzikaal wordt omlijst. Zo ook deze keer.

De Spaanse uitdrukking  ‘llevar la voz cantante’  betekent: ‘De eerste viool spelen’. Het kwartet met de daarop geïnspireerde naam “Voz Cantante” speelt Zuid-Amerikaanse, Cubaanse en Spaanse muziek met op viool en zang bandleider Sabine Vieregge, op gitaar en zang Lucio Garcia, op contrabas Jan Flubacher en op percussie Bennie Mustamu. Het repertoire omvat Boleros, Guajiras en songs van o.a. de Buena Vista Social Club, dansbare salsa, merengue en bachata, Spaanse rumba’s van o.a. Gipsy Kings en instrumentale gipsy jazz stukken in de stijl van Het Rosenberg Trio. Deze zonnige maar ook passionele muziek raakt gelijk je hart. Voz Cantante voert u met flair, passie en liefde voor melodie mee naar de spetterende en sensuele sfeer van Latijns Amerikaanse muziek.

Dit zal er vast toe bijdragen dat u niet staat te popelen om meteen om 5 uur uw trein al weer op te zoeken. Waarschuw het thuisfront dus maar vast …..

Informatietools bij de douane

douaneOok de Douane – onderdeel van de Belastingdienst – is een intensieve gebruiker van informatie. Toon Steenbakkers – daar al bijna 40 jaar in dienst – is er mede verantwoordelijk voor de informatievoorziening.
In de periode 1992-2008 was hij vooral betrokken bij data-analyse en (later) data-mining. Als resultaat van een onderzoek naar het belang van Open Source Intelligence (OSINT) voor de Douane, werd Steenbakkers in 2008 gevraagd om een OSINT-team te vormen. Daarvan is hij nu landelijk coördinator. Omdat partners en collega’s uit de EU lidstaten op internet dezelfde problemen hebben, ziet Steenbakkers het delen van kennis en het ontwikkelen van tools als een gezamenlijk belang. Samenwerking was daarom vanaf het begin een van zijn doelstellingen.
De Douane heeft behalve met de normale controle op invoer van goederen met veel risico’s te maken. Daarbij kun je denken aan drugs, wapens, namaak, medicijnen, bedreigde uitheemse diersoorten en dergelijke. Niet alle risico’s kunnen worden afgedekt met simpele Google-zoekacties. Vandaar dat met diverse speciale tools wordt gewerkt. Over die tools – deels zelf ontwikkeld of aangepast – zal Toon Steenbakkers ons meer vertellen.
Je kunt daarbij denken aan allerlei soorten monitoring tools, bijvoorbeeld voor het vinden van adverteerders van (illgale) sigaretten of het volgen van sociale media, aan data extractors om grote hoeveelheden informatie binnen te halen, aan tools voor web-archiving, en aan tools voor het vinden/analyseren van relaties op internet. Waarschijnlijk zullen een heleboel namen van interessante tools de revue passeren.
Toon Steenbakkers spreekt in Lezingentrack-2 in het middagprogramma.

200?

Halen we de 200?
En wie wordt #200?
inschrijvingen15
Elk jaar houden we het verloop bij van de inschrijvingen voor de VOGIN-IP-lezing. Het is wel aardig om die grafieken te vergelijken. Wie durft voorspellen dat we dit jaar de 200 halen?
Misschien moeten we maar een speciale prijs (gratis toegang?) uitloven voor de 200ste deelnemer. In elk geval hoeven we niet voortijdig af te remmen, zoals vorig jaar in verband met beperkte zaalruimte nodig was.

PS: Grappig dat je hieraan kunt zien dat al die jaren vrijwel nooit iemand zich tijdens het weekend aanmeldt. Informatieprofessionals blijken nog geen 7×24 werkers.

Greg Notess mist de grote concurrenten van Google

Een interview met IP


Met Greg Notess, keynote spreker in het ochtendprogramma, heeft IP vooraf al een email-interview gehouden. Deze Nederlandse bewerking staat ook op de IP-site.
notess
IP: Er zijn allerlei redenen waarom “echte” informatieprofessionals nogal kritisch staan ten opzichte van Google. Ze betreuren dat er voortdurend weer allerlei functionaliteit, diensten en producten verdwijnen en zoekresultaten steeds onbetrouwbaarder en onreproduceerbaarder worden. Behoor jij ook tot degenen die Google daarvoor verwensen?
‘Allebei die punten vind ik zeker ook teleurstellend. Maar, zoals zoveel anderen, blijf ik Google natuurlijk toch regelmatig gebruiken, omdat het voor bepaalde soorten zoekacties nu eenmaal makkelijk resultaten oplevert. In zijn algemeenheid pleeg ik ook ten opzichte van elke informatiedienst een realistische houding aan te nemen wat betreft hun sterke en zwakke kanten. Ik moet de eerste nog vinden die niet van allebei wat heeft. Google heeft zich altijd toegelegd op het geven van relevante resultaten voor simpele zoekacties, van het soort dat de meeste gebruikers intikken. Maar de algoritmes en technieken die Google heeft ontwikkeld om die primaire doelgroep van dienst te zijn, resulteren juist in de problemen die informatiespecialisten onderkennen. Maar als we ons realiseren dat we voortdurend de mogelijkheid hebben om gratis te zoeken en resultaten uit Google te krijgen, dan is is het eigenlijk verbazingwekkend dat we op een redelijk consistente manier toch zulke bruikbare resultaten krijgen.’

IP: Ook al worden niet alle nieuwe zoekproducten meer meteen gechargeerd als potentiële “Google-killers” geafficheerd, toch worden ze vaak nog wel aangemerkt als concurrenten voor Google’s marktaandeel. Sommigen zijn niet zo heel veel anders (zoals DuckDuckGo), andere proberen hele nieuwe zoekparadigma’s toe te passen. Welke van de nieuwkomers zouden we volgens jou in de gaten moeten houden.
‘Er is een voortdurend veranderend universum van concurrenten voor het webzoeken. Bing en DuckDuckGo blijven een nuttig tegenwicht tegen Google’s marktdominantie en hebben hun eigen toepassingen. Zoekmachines die een geheel nieuwe aanpak uitproberen, schijnen na één of twee jaar toch te mislukken of in elk geval te verdwijnen (zoals Cuil of Blekko). Onderwerp- of land-specifieke zoekmachines lijken een betere overlevingskans te hebben. En die hebben vaak ook een interessante aanpak. Van het hele spectrum, van grote zoekmachines zoals Yandex en Baidu, tot data-specifieke als Wolfram|Alpha, Zanran en Statista, tot nog andere zoals Qwant of Topsy, zijn er een heleboel om in de gaten te houden en zo af en toe te gebruiken.’

IP: In je lezing ga je het hebben over de transformatie van het zoeken naar het direct krijgen van antwoorden, onder meer gebaseerd op Google’s Knowledge Graph. Hoe betrouwbaar vind je dergelijke antwoorden? En wat is het verschil met de Knowledge Vault die Google ook heeft aangekondigd?
‘Voor populaire onderwerpen zijn verrassend veel antwoorden heel accuraat. Toch blijven onnauwkeurigheden een belangrijke kwestie, vooral als de oorspronkelijke bron zo zelden vermeld wordt. Of er al dan niet iets onder de naam van “Knowledge Vault” wordt, het valt zeker te verwachten dat dat project verder wordt uitgebouwd.’

IP: In de beginjaren van websearch speelden door mensen samengestelde onderwerpsgidsen, zoals de Yahoo!-directory een belangrijke rol. De meeste daarvan zijn intussen verdwenen. Mis je die of is het maar goed ook dat die weg zijn?
‘Het probleem met de directories was altijd dat ze vaak incompleet, verouderd en onnauwkeurig waren. Bij de snelheid waarmee dingen op internet veranderen, zal dat ook zo blijven. Voor mij hebben de links onderaan Wikipedia-pagina’s nu in veel gevallen de rol (maar ook de problemen) van directories overgenomen. Die verwijzingen gebruik ik als mogelijke bron, maar ik voer ook mijn eigen zoekacties uit voor meer recente sites of om de correcte links te vinden.’

IP: Anderzijds is “content curation” nu een buzz-word geworden. Zo staat ZEEF, dat op basis van “curation” gevuld wordt – eigenlijk een beetje als de Yahoo!-directory – nogal in de belangstelling. Is dat geen tegenstrijdigheid?
‘Internet blijft een makkelijk platform om nieuwe en oude ideeën uit te proberen en om venture kapitaal binnen te halen voor projecten die mogelijkerwijs de volgende grote geldmachine kunnen worden. About.com heeft een heleboel transformaties doorgaan en was een directory-achtige site die wel overleefd en gefloreerd heeft. Met ZEEF’s nadruk op affiliate marketing, zou die het in de financiële hoek goed kunnen doen. Maar hoe goed de content daarin beheerd gaat worden, zullen we nog moeten afwachten. Tegenstrijdige ontwikkelingen zullen ook zeker doorgaan als het web en mobiel internet zo populair blijven, en vooral als mensen naar advertenties blijven kijken en online geld blijven uitgeven.’

IP: Tot slot nog twee vragen over het verleden;
– Welke van de vele verdwenen zoekmachines mis je het meest?
– En welke van de verdwenen zoekfunctionaliteit?

‘Ik mis de grote concurrenten van Google die interessante en nuttige functionaliteit voor geavanceerde zoekers ontwikkelden. Alltheweb en zelfs AltaVista en NorthernLight hadden prima ideeën en zoekmogelijkheden die ik graag gebruikte. Jammer genoeg werden die door de markt niet ondersteund.’
‘Van de functionaliteit mis ik echte truncatie, wildcards, interne truncatie, correcte en consistente phrase searching, proximity searching, correct datum-zoeken en nog wat verdere gespecialiseerde tools. Veel daarvan zou ik betrekkelijk weinig gebruiken, maar het is zo plezierig om, als je het nodig hebt, je vraag veel preciezer tot de exact gewenste documenten te kunnen inperken. Maar dat gezegd hebbende, we hebben nog altijd zoveel databases om in te zoeken en zoveel geavanceerde mogelijkheden op allerlei plaatsen, dat ik nog altijd geniet van de grote variëteit aan zoeksystemen en zoekcommando’s die ik daarin kan gebruiken.’

Nu nog lang niet vol

VOGIN-IP 2014

Meekijken via video in de bovenzaal tijdens VOGIN-IP 2014 – Foto: Marina Noordegraaf

Nog 20 dagen te gaan.
Vorig jaar moesten we op dat moment aan de rem trekken, omdat we met 150 deelnemers aan het maximum van de zaal zaten. Wie zich later aanmeldde kwam -met korting- in een ander zaaltje terecht, met een live video-verbinding. Leuk geprobeerd, maar toch niet het ware.
Nu staan we ook op 150 deelnemers, maar gelukkig hoeven we nu niet af te remmen. Er zal geen onderscheid zijn tussen eerste en tweederangs deelnemers, want de grote zaal van de OBA is nog lang niet vol. Meldt u dus gerust nog aan.
De enige beperking die er wel al is, betreft de workshop van Greg Notess. Die is wel al beide keren volgeboekt. Maar als alternatief daarvoor is er genoeg keuze aan andere interessante workshops en leuke lezingen.

Social Media according to Boyd

Sociale media behoort misschien niet direct tot het centrale thema “zoeken en vinden”, maar de ideeën die Boyd Hendriks daarover heeft zijn interessant genoeg om hem daarover toch ook een workshop te laten verzorgen. Daarbij kijkt hij dan vooral vanuit de situatie bij overheidsorganisaties. Wie op zoek is naar de business case voor gebruik van Sociale Media bij gemeenten vindt namelijk meestal een plaatje dat is opgebouwd uit verschillende toepassingen met verschillende verantwoordelijkheden en onduidelijke verwachtingen. Dat is nogal verwarrend en maakt die business onnodig lastig.

Sociale Media bij de gemeentelijke organisatie

De drie toepassingsgebieden van Sociale Media bij de gemeentelijke organisatie: de PIOFAH-functies, de Producten en Diensten en het Beleid en Bestuur.

Het organisatieplaatje dat normaal bij de opbouw van een business case gebruikt kan worden is bij gemeenten vaak wisselend en afhankelijk van het heersende organisatiemodel (secretarie-, dienst- of directie-gecentreerd). Het is ook afhankelijk van wat leidend is: het politieke, het bestuurlijke of het ambtelijke. En verder speelt ook  nog een rol of de focus op beleid of op uitvoering ligt, en of de ondersteunende functies centraal of decentraal aangestuurd worden
In het algemeen is de inzet van Sociale Media niet alleen goed voor de interne of externe communicatie, maar ook voor synergie, dialoog en transparantie. Vaak leiden goede toepassingen in de kernprocessen van organisaties tot verhoging van efficiëntie en toename van innovatie. Maar wat meer is: goede inzet van Sociale Media zorgt voor een stabiele beleving van de organisatie door alle betrokkenen, medewerkers of publiek.

Als basis voor het samenstellen van de business case kiest Boyd een eenvoudig organisatieschema dat dekkend is voor het merendeel van de gemeenten. Alle drie toepassingsgebieden In het schema hierboven hebben hun eigen karakteristieke toegevoegde waarde bij het gebruik van Sociale Media. Behalve voor een communicatieafdeling blijft er weinig waarde over voor een totaalplan en zal de business case vooral gezocht worden binnen de afzonderlijke gebieden. Boyd kijkt daarbij om te beginnen naar de PIOFAH functies: Personeel, Informatie, Organisatie, Financiën, Automatisering en Huisvesting. Die middenfuncties zijn in het verleden vaak gedecentraliseerd, later weer gecentraliseerd en meer recentelijk betrokken bij Shared Services Programma’s of gedeeltelijk uitbesteed (Outsourcing). Veel vormen van Sociale Media hebben hun weg gevonden bij het managen van kennis en projecten rond die middenfuncties. De sterke interne dialoog die ontstaat bij het inzetten van Twitter, Yammer, Blogs, Wiki’s etc, kunnen de synergie en samenhang van die afdelingen versterken. Veranderingen in de organisatiestructuur krijgen daarom ook minder vat op de output van het werk.

Van datgene wat Boyd in zijn workshop verder nog  aan de orde laat komen,onder meer opgedeeld in een viertal ontwikkelingsfasen, is een uitgebreider beschrijving te vinden op zijn eigen blog:  http://informatieland.blogspot.nl/

Door een gemeente als voorbeeldorganisatie te nemen, komen verschillende aanpakken aan de orde die elk ook elders hun eigen doel en meerwaarde hebben. Op die manier krijgen deelnemers een aantal verschillende bouwstenen aangereikt om zelf tot een passend plan van aanpak te komen.

Meld je aan voor Boyd’s workshop of voor één van de andere al even interessante workshops of voor de lezingentracks:
    >> aanmelden
    >> programmaoverzicht

Schema.org semantische markup

image by DCMIIn IP is een nieuwe rubriek gestart, “Dat zoeken we op”. In de eerste aflevering merkte Eric Sieverts op dat restaurantzoek- en beoordeelsite IENS ook al gebruik maakt van semantische (of gestructureerde) markup. Je ziet dat onder meer aan de manier waarop IENS-pagina’s in zoekresultaten van Google terecht komen, met vermelding van gestructureerde gegevens zoals plaats en buurt, beoordeling en prijsniveau, de zogenaamde “rich snippets”. iens Voor het benoemen van allerlei soorten eigenschappen, verwerkt in de HTML-code van webpagina’s, wordt gebruik gemaakt van de standaard Schema.org. De grote zoekmachines Google, Yahoo!, Bing en Yandex die bij de ontwikkeling hiervan samenwerken, kunnen die gegevens daardoor herkennen. Schema.org zou je dus een metadatamodel kunnen noemen; sommigen spreken zelfs al van een “ontologie”.schema Wie hebben eigenlijk belang bij dit soort codering? Wij zoekers in elk geval. Voor ons is het handig dat we sneller en beter zien wat we eigenlijk gevonden hebben. Maar waarom nemen eigenaars van websites de moeite – zoals bij IENS – om die markup aan webpagina’s toe te voegen? Voornaamste reden daarvoor is dat die vorm van markup intussen een belangrijk onderdeel is van Search Engine Optimalisatie. Als wij sneller herkennen of het gevondene aan onze behoefte voldoet, klikken we sneller en gerichter op zo’n link, en dat is natuurlijk in het belang van website-eigenaars. Zelfs wordt gefluisterd dat sites die Schema.org toepassen door zoekmachines sowieso al hoger gerankt worden. Intussen doen al cijfers de ronde dat dit soort codering aanwezig is in 20% van de resultaten die uit een gemiddelde Google zoekactie komen. Maar voor het Nederlandse deel van internet bestaat de indruk dat die codering nog veel minder algemeen is – IENS is dus een beetje een voorloper. itemprop Het is wellicht wat onverwacht dat het niet alleen sectoren als e-commerce, horeca en receptenwereld zijn waar Schema.org opgang doet, maar dat zelfs de beeldende kunst geïnteresseerd is, zoals uit een recente “Art & Technology blog” blijkt.

Wie meer over de schema’s van enkele van die sectoren wil weten, moet maar eens op de site van Schema.org kijken bij schema.org/Restaurant, schema.org/Recipe of schema.org/VisualArtwork.
En tijdens de VOGIN-IP-lezing moet je dan zeker naar de lezing van Peter Mika, want die is vanuit zijn functie bij Yahoo! een van de mensen die aan de verdere ontwikkeling en toepassing van Schema.org werkt. Hij zal dus zeker al onze vragen hierover kunnen beantwoorden.